Voor-islamitisch Iran

Wie zijn wij? ONDERWIJS REIZEN Diversen Contact


Totdat de Arabische expansie het Midden-Oosten onherkenbaar veranderde, was Iran de enige grootmacht die er in Voor-Azië werkelijk toe deed. Onder leiding van achtereenvolgens de dynastieën der Achaimeniden, de Arsakiden of Parthen en de Sassanieden was het een sterke mogendheid die grote invloed uitoefende op in Europa bekendere antieke culturen als Babylonië, Griekenland en Rome. De laatste jaren blijkt Iran voor archeologen nog meer in petto te hebben, maar daarover pas een enkel woord aan het einde van dit artikel.

De Achaimeniden

Elke geschiedenis van Iran moet beginnen met de vaststelling dat de Perzische leider Cyrus de Grote in 550 v.Chr. de Meden onderwierp en op die manier alle volken van Iran verenigde. De Meden waren een nomadenstam uit het Zagrosgebergte, die de meeste andere stammen in het toenmalige Iran aan zich hadden onderworpen. Sommige Medische clans waren sedentair geworden en deden aan akkerbouw. De reden daarvoor was dat ze de route tussen Babylonië en Assyrië enerzijds en Afghanistan en India anderzijds beheersten. Ze konden karavaans belasten en werden zó rijk dat ze een verzamelplaats voor hun schatten nodig hadden, en daarom een stad stichtten: Ekbatana, het huidige Hamadan, 'verzamelplaats'.

De Medische periode is slecht bekend. Iraanse archeologen noemen alles wat onder de oudste Achaimenidische vondsten ligt Medisch, maar dat is een verlegenheidsoplossing. Het is namelijk nog niet mogelijk gebleken specifieke Medische voorwerpen aan te wijzen. Ook de opgravingen in Hamadan hebben nog niets opgeleverd - en dat is ook logisch want, zoals sinds kort vaststaat, heeft men altijd gezocht in de verkeerde ruïneheuvel. Wat Cyrus in staat stelde de macht over te nemen, is ook een raadsel. Het is duidelijk dat de akkerbouw in Fars (het zuiden van Iran en het thuisland van de Perzen) in de zesde eeuw profiteerde van de aanleg van qanats, maar dit kan zowel de oorzaak zijn van de Perzische macht als het gevolg van de machtovername.

Hoe dit ook zij, Cyrus' verovering van Ekbatana en het afzetten van de laatste Medische leider, Astyages, waren slechts een voorspel. In 547 annexeerde de grote koning ook het oosten van Turkije (ruwweg het Armeense deel), vijf jaar later volgde ook het westelijke deel (Lydië), en in 539 nam hij de macht over in het Babylonische Rijk, dat heel Irak, Syrië en Israël besloeg. (Deze gebeurtenis wordt herdacht in de Cyruscylinder, die een belangrijke rol speelde in de propaganda van de laatste sjah.) Cyrus was de eerste die het gehele Midden-Oosten verenigde. Zijn verdienste is echter niet dat hij zo het Perzische ofwel Achaimenidische wereldrijk stichtte, maar dat hij de moed had zijn nomadische levenswijze op te geven en begreep dat het aangenaam kon zijn te wonen in steden. Zijn residentie werd Pasargadai, waar hij zich ook liet begraven. Langzaam verstedelijkend vond Iran definitief aansluiting bij de beschavingen van het Tweestromenland.

Cyrus' zoon Kambyses volgde hem in 530 op, veroverde Egypte, en stierf op de terugweg. Een burgeroorlog brak uit, die werd gewonnen door Darius de Grote (522-486), een van de meest getalenteerde heersers uit de oud-oosterse geschiedenis. Hij deed verslag van zijn staatsgreep in een inscriptie langs de weg van Hamadan naar Babylonië, bij Behistun: een belangrijke bron voor de geschiedenis en religies van die tijd. Opvallend is bijvoorbeeld dat Darius maar één god noemt, Ahuramazda, en al zijn tegenstanders aanduidt met woorden die betrekking hebben op liegen. Dat lijkt zó sterk op de woordkeus van de legendarische profeet Zarathustra (ofwel Zoroaster), dat wel is aangenomen dat Darius een aanhanger is geweest van het Zoroastrisme.

Maar zo simpel is het niet. Zo mogen Zoroastrianen de heilige aarde en het gewijde vuur niet verontreinigen met lijken; eeuwenlang werden lijken daarom aan de vogels gevoerd in zogeheten 'torens van stilte', zoals die in Yazd en Isfahan nog te zien zijn. Darius en zijn opvolgers liggen echter begraven (in Naqsh-e Rustam), wat een sterke aanwijzing is dat ze geen Zoroastrianen kunnen zijn geweest.

Darius reorganiseerde het rijk. Ten tijde van Cyrus hadden de onderworpen volken hun koning geschenken gegeven, maar voortaan werden reguliere belastingen geheven, waartoe in de westelijke provincies ('satrapieën') muntgeld werd ingevoerd. Er kwam een netwerk van doorgaande wegen waar reizigers die in het bezit waren van speciale vouchers altijd verzekerd waren van onderdak en verse paarden. Een archief met vouchers en talloze andere documenten is opgegraven in de nieuwe hoofdstad van het Achaimenidische Rijk, Persepolis, een schitterend paleizencomplex, met daarbij het grafveld van Naqsh-e Rustam. Een andere stad uit deze periode is Sousa.

 De zoon van Darius was Xerxes, die beroemd is geworden om zijn vergeefse veldtocht naar Griekenland. In de westerse geschiedenisboekjes staat vermeld dat de Grieken die oorlog wonnen, maar het is niet aannemelijk dat ook de Perzen er zo tegenaan keken: ze hadden Athene veranderd in een rokende puinhoop en de Grieken hadden hun lesje geleerd. Ooit hadden de Atheners zich in de Perzische interne aangelegenheden gemengd en dat lieten ze -met de jaren rond 465, 420 en 395 als uitzondering- de komende anderhalve eeuw wel uit hun hoofd. Een zuiver-Grieks standbeeld in het Nationaal Archeologisch Museum van Teheran illustreert Xerxes' overwinning - het is namelijk gemaakt van Atheens marmer, maar opgegraven in Persepolis.

Verschillende koningen heersten daarna nog over het wereldrijk: Artaxerxes I, Darius II, Artaxerxes II, Artaxerxes III, Artaxerxes IV. Gedurende ruim een eeuw waren de grenzen veilig en kreeg de Perzische cultuur de kans zich naar Babylonië, Turkije en Israël te verspreiden. Uit Babylonië hebben we duizenden kleitabletten die momenteel intensief worden bestudeerd - stoffig spul, maar wel 'hot stuf', al was het maar omdat we in de astronomische tabletten zien hoe de wetenschappelijke methode wordt uitgevonden. Over Turkije zouden we graag meer willen weten, maar de Achaimenidische periode heeft weinig prioriteit bij de archeologen van dat land. Het weinige dat bekend is, suggereert echter dat hier een schatkamer opengebroken kan worden. Uit Israël tenslotte hebben we de Bijbelboeken Job (waarin een mens God ter verantwoording roept - een grandioos stuk literatuur) en Kronieken, waarin het Zoroastriaanse dualisme merkbare sporen heeft achtergelaten.

Het zwakke punt van het Achaimenidische Rijk was de opvolging. Na de dood van Artaxerxes III meende behalve Artaxerxes IV ook de gouverneur van Armenië aanspraak op de troon te kunnen maken. Tegelijkertijd waren er opstanden in Egypte en Babylonië, en deden de Macedoniërs een inval in Azië. De vizier van Artaxerxes IV, Bagoas, ruimde zijn meester uit de weg en gaf de macht aan de gouverneur van Armenië, die de troonnaam Darius III aannam. In Babylonië, Egypte en de koninklijke familie wist hij de rust te herstellen, maar voor het weerstaan van de inval van de Macedoniërs was hij te laat.

In 333 versloeg de Macedonische koning Alexander Darius bij Issos in Zuid-Turkije, en twee jaar later opnieuw bij Gaugamela in de buurt van Mosul. Na een heftig gevecht in de omgeving van het huidige Yasuj (de 'Perzische Poort') verwoestte Alexander Persepolis, en korte tijd later werd Darius vermoord. Alexander zou orde op zaken hebben moeten stellen, maar overleed al in 323; het nieuwe koninklijke huis werd gesticht door zijn generaal Seleukos en diens Perzische echtgenote Apama. Deze dynastie wordt aangeduid als de Seleukiden.

De Arsakiden (Parthen)

Het is makkelijk het belang van de ondergang van het Achaimenidische Rijk te overschatten. De Seleukiden, die sinds de regering van Alexander de macht uitoefenden, namen tal van Perzische instellingen over en voor de gewone Iraniër of Babyloniër veranderde er weinig. De nationaliteit van de bestuursklasse was veranderd, en dat was in het Nabije Oosten niet voor het eerst: de Assyriërs waren opgevolgd door de Babyloniërs, die door de Perzen waren afgelost, en zij maakten nu plaats voor Europeanen.

Wat wél veranderde was de oriëntatie van het bestuur. Het zwaartepunt van het Perzische Rijk had altijd gelegen in Zuid-Irak en West-Iran, met Sousa en Persepolis als hoofdsteden, maar voortaan hadden de heersers óók belangen in het Middellandse Zee-gebied, en waren de hoofdsteden Seleukia (bij Bagdad) en Antiochië. Maar dat wil niet zeggen dat Iran werd genegeerd. Een schattig beeld van Herakles bewijst dat Behistun nog steeds belangrijk was; Persepolis was nog altijd bewoond; in Nihavand is een lange Griekse inscriptie opgegraven die momenteel in het museum van Teheran is te zien. Dat is een zeldzaamheid: de Griekse periode is niet populair in Iran. De laatste sjah sprak niet voor niets van de 'post-Achaimenidische tijd' en de huidige religieuze autoriteiten moeten evenmin veel hebben van de Griekse beschaving.

Net als de Achaimeniden regeerden de Seleukiden vaak via plaatselijke dynastieën, waarmee ze huwelijksbanden onderhielden. Eén zo'n plaatselijke clan was die van de Arsakiden, die beweerde af te stammen van een legendarische Arsakes, die in de derde eeuw vanuit het huidige Oezbekistan zou zijn getrokken naar Parthië, het land rond het huidige Mashhad. Deze dynastie gedroeg zich steeds onafhankelijker en breidde zijn invloed al snel uit naar het westen en oosten, nam rond het midden van de tweede eeuw Irak over en voegde daar tot slot Khuzestan aan toe, het laatste stukje Iran dat ze nog niet beheersten.

De Arsakiden waren meesters in het aanpassen. Ze accepteerden de Grieks-sprekende elite en omdat de handel veelal ook in handen van Grieks-sprekenden was, sloegen ze munten met Griekse opschriften. Andere nationaliteiten in hun rijk werden eveneens zoveel mogelijk met rust gelaten: wie deze periode bestudeert moet behalve het Pahlavi (de taal van de Parthen) en Grieks ook Babylonisch, Aramees en nog enkele talen leren. Tolerant als ze waren, ontwikkelden ze ook geen erg herkenbare architectuur, zodat ze geen erg grote plaats innemen in de boeken kunstgeschiedenis.

Dit alles maakt de bestudering van deze periode moeizaam, en de waarheid gebiedt te zeggen dat er weinig aan gebeurt en fondsen vrijwel ontbreken. Onbekend maakt onbemind. Eén van de belangrijkste geleerden op dit terrein, Farhad Assar, weet met hangen en wurgen zijn studies voort te zetten en overweegt Groot-Brittannië in te ruilen voor Iran, waar het allemaal wat goedkoper kan.

Parthische monumenten zijn zeldzaam. In het museum in Teheran staat een fantastisch bronzen beeld van een Arsakidische prins, waarvan veel reproducties bestaan omdat het nu eenmaal een van de weinige kunstvoorwerpen uit deze perioden is. Bij Behistun zijn wat kleine reliëfs, even verderop verrijzen bij Kangavar de resten van een tempel voor de watergodin Anahita, en in Ktesifon in Irak staan de ruïnes van een paleis. Langs de grote weg van Teheran -het antieke Rhagai - naar Mashad ligt de verlaten Arsakidische hoofdstad Hekatompylos ("Honderdpoortenstad"): oorverdovend stil, onbewaakt en een prooi voor schatgravers.

Het Arsakidische Rijk was losjes georganiseerd. De titel 'koning der koningen' was geen loze: de Arsakidische koning werd door andere vorsten als hun superieur beschouwd, maar ze waren in hoge mate zelfstandig, en vaak komt de vraag op of ze wel bij het Iraanse rijk hoorden. Zo waren er van oorsprong Arsakidische vorsten in de Indusvallei, maar die waren volkomen onafhankelijk en behoren meer tot de Pakistaanse dan Iraanse geschiedenis. En in Iran zelf waren zeven grote adellijke families die zich van tijd tot tijd praktisch onafhankelijk gedroegen. (De bekendste daarvan is de Suren-clan uit Sistan in de omgeving van het huidige Zabol; vermoedelijk gaat de sage van Rustam op een van de leden van deze familie terug.)

Los georganiseerd als het was, was het Arsakidische Rijk slecht in staat zich te verdedigen tegen vijanden in stedelijke gebieden, zoals Irak. Helaas was dat nu net het gebied waar het er het meest om spande, want hier grensde het rijk aan het Romeinse imperium. Aanvankelijk verliepen de oorlogen nog in Arsakidisch voordeel, want de Romeinen hadden nog geen antwoord op de fenomenale Parthische ruiterij. Maar vanaf het begin van de jaartelling slaagden de Romeinen er steeds beter in de juiste bondgenoten te vinden en de deelrijken van het Arsakidische staatsbestel los te weken: in Armenië zat weliswaar een Arsakidische prins op de troon, maar die werd vanaf 58 door de Romeinen aangewezen, en een Romeinse machtsdemonstratie in 115-117 leidde ertoe dat de vorsten van stadstaatjes als Edessa en Nisibis (beide in het grensgebied van Turkije en Syrië) hun loyaliteit bijstelden. In 165 erkenden ze het oppergezag van de Romeinse keizer, en in 195 lijfde Rome ze in.

De Sassanieden

De dreun die de Romeinen hadden uitgedeeld, was zonder weerga. Nog een generatie lang hielden de Arsakiden <http://www.livius.org/pan-paz/parthia/kings.html> het uit, maar de dynastie had prestige verloren, was verdeeld en verzwakt. In 224 kwam een Perzische edelman met de naam Papak, de zoon van Sassan, in opstand tegen koning Artabanus V, en Papaks zoon Ardašir maakte twee jaar later een einde aan de heerschappij van de Arsakiden. De Sassanieden namen de macht over: voor de tweede keer lag de macht in Iran en Irak in het zuiden, in Fars, waar Ardašir nieuwe hoofdsteden als Firuzabad en Istakhr bouwde: de eerste op de plaats waar Artabanus was verslagen, de tweede bij het oude Persepolis. Het is aardig te zien hoe de Sassaniedische architecten aansluiting zochten bij de Achaimenidische architectuur.

Hadden de Arsakiden gekozen voor een beleid van "laissez faire, laissez passer", de Sassanieden waren meer van het beginsel "un roi, une foi, une loi". Eén koning: men brak met de decentrale heerschappij en wat daarvan de voor- en nadelen ook waren, in elk geval de legers werden sterker. De Romeinen zouden al snel betreuren dat de Arsakiden er niet langer waren. Eén geloof: het Zoroastriaanse dualisme. Het was de taak van de vorst om het goede te bevorderen en het kwaad te bestrijden. Eén wet: de juiste regels waren gegeven door de profeet Zarathuštra en werden in deze tijd vastgelegd door de hogepriesters in het heilige boek Avesta. En aangezien men de juiste regels kende, waren andere godsdiensten overbodig: de aanhangers van de afgodsdiensten werden dus vervolgd. Joden, christenen, manicheeërs en boeddhisten werden allemaal vroeg of laat wel een keer geconfronteerd met vervolgingen.

Tijdens de regering van koning Shapur I (241-272) escaleerde het onvermijdelijke conflict met Rome. Keizer Gordianus III streed met wisselend succes, maar werd door zijn troepen gedood - een gebeurtenis die Shapur als overwinning presenteerde. De nieuwe keizer, Philippus, zou zijn troon zelfs aan de Sassanieden te danken hebben. Net als zijn vader vereeuwigde Shapur zijn overwinningen door middel van rotsreliëfs, een traditie die latere vorsten zouden voortzetten. Er zijn in totaal negenendertig van deze monumenten: bijvoorbeeld in Firuzabad, Naqš-e Rajab, Naqš-e Rustam, Bishapur, Sarab en Taq-e Bostan. Ze zijn één en al dynamiek en behoren tot de mooiste kunstwerken die in Iran zijn te bezichtigen.

De oorlog met Rome verliep aanvankelijk succesvol, met als hoogtepunt de jaren 253-260, waarin Shapur niet alleen Romes oostelijke hoofdstad Antiochië plunderde, maar ook keizer Valerianus wist gevangen te nemen. De Romeinse krijgsgevangenen bouwden de brug bij Shushtar en de nieuwe stad Bishapur. De Romeinen herstelden zich echter en toen een generatie later, in 293, vrede werd getekend, hadden ze netto zelfs enige terreinwinst ten oosten van de Tigris geboekt.

In de vierde eeuw voerden de Sassanieden vooral oorlog in het noordoosten, waar de zogenaamde Muur van Alexander nog is te zien: een eindeloze wal die ertoe moest dienen dat de steppenomaden bleven waar ze hoorden - op de steppe. (De muur is vrijwel zeker ouder, en door de Sassanieden hooguit versterkt, maar de toewijzing aan Alexander is incorrect.) Verder naar het oosten werd Peshawar geplunderd. De kostbaarste buit was de bedelnap van Boeddha, die uiteindelijk in Bishapur moet zijn beland.

Iran moet in deze tijd een enorm economische en culturele bloei hebben doorgemaakt. Archeologen hebben vastgesteld dat allerlei gebieden werden ontgonnen en kunsthistorici roemen het fantastische edelsmeedwerk uit deze tijd. Het betaalverkeer lijkt eveneens verbeterd te zijn - ons woord 'cheque' komt uit het Perzisch.

De oorlog met Rome laaide van tijd tot tijd op. Shapur II (309-379) verdreef de Romeinen uit het gebied ten oosten van de Tigris: een kleine terreinwinst na een jarenlange strijd, die beide partijen deed besluiten af te zien van verdere oorlogen. Grote delen van Irak lagen braak, als een soort bufferzone. Tegelijkertijd bloeide de handel: luxeproducten uit het verre China bereikten de Romeinse markt via de Zijderoute, dwars door het Sassaniedische Rijk.

Dit betekende dat de traditionele tussenhandelaren, de Arabieren, minder profiteerden. Het lijkt er sterk op dat het een tijd erg slecht ging op het Arabische Schiereiland; de islamitische traditie bewaart herinneringen aan de erbarmelijke sociale omstandigheden uit deze 'tijd van de onwetendheid' en de opkomst van de Islam weas een reactie op deze humanitaire ramp. Ook andere tussenhandelaren, de nomaden op de Centraal-Aziatische steppe, raakten in het gedrang en vergrootten het bereik van hun zwerf- en plundertochten. Zo ontstond de federatie van de Hunnen, die een belangrijke rol zou spelen bij de ondergang van het Romeinse Rijk in West-Europa.

De Sassaniedische vorsten meenden te kunnen profiteren van de zwakte van hun westerbuur, en koning Khusrau II ontketende aan het begin van de zevende eeuw een enorme oorlog tegen de oostelijke restanten van het Romeinse imperium, die meestal worden aangeduid als het Byzantijnse Rijk. Hij nam Antiochië, bezette Jeruzalem, plunderde Alexandrië en verscheen zelfs aan de Bosporus, zonder dat hij Constantinopel kon innemen. De Byzantijnse keizer Heraklios hield echter het hoofd koel, want hij begreep dat Khusrau's plundertochten weliswaar schokkend en schadelijk waren, maar dat de Sassanieden de troepen niet bezaten om de gebieden blijvend te annexeren. In 627 verdreef hij de Perzen en viel hij hun eigen land aan. Khusraus overwinningsmonument bij Behistun werd nooit voltooid, en zijn naam is vooral bekend geworden als die van de kwade genius uit het sprookje van Shirin en Fahrad.

Beide rijken waren nu verzwakt, en de Arabieren profiteerden daarvan. De Byzantijnen kwamen er met het verlies van Egypte, Palestina en Syrië genadig vanaf, maar de Sassanieden gingen ten onder. Tussen 628 en 632 heersten niet minder dan tien vorsten en de laatste, Yazdgard III, bleek geen partij voor de islamitische legers. In 636 ging Irak verloren en zes jaar later werden de Sassaniedische legers beslissend verslagen bij Nihavand.
 

Tot slot: de prehistorie van Iran

Historici en archeologen maken meestal onderscheid tussen historie en prehistorie, dat wil zeggen de perioden waarover we wel en geen geschreven bronnen hebben. Het oudste tijdvak is vanzelfsprekend minder goed bekend. Maar juist uit Iran valt op dit gebied veel nieuws te verwachten. Tot een jaar of tien geleden gold als vanzelfsprekend dat de eerste stedelijke beschavingen, met het eerste schrift, waren ontstaan in het zuiden van Irak. In het aangrenzende Khuzestan (het deel van Iran dat geologisch en linguïstisch meer bij Irak hoort) zijn de oeroude resten van Haft Tepe en de ziggurat van Chogha Zanbil beroemde monumenten uit deze tijd.

Inmiddels wordt het beeld dat het allemaal begon in Irak, sterk bijgesteld. Bij Gohar Tepe en de zogenaamde 'Burnt City' zijn de resten gevonden van enorme nederzettingen uit het vroege derde millennium v.Chr. Het paradepaardje is echter Jiroft, dat even oud is, maar waarvan de diepste strata nog moeten worden onderzocht. Daar is minstens één geschreven tekst opgegraven, en er zijn rapporten over een enorme ziggurat. Het probleem is dat de pers zich vaak erg gemakkelijk door archeologen laat misbruiken om, via een sensationeel bericht, indruk te maken op de financiers; dat de vondsten minder spectaculair zijn, kan wel worden toegegeven in een wetenschappelijk rapport. In Jiroft lijken echter wel degelijk belangrijke vondsten te worden gedaan, en het valt te verwachten dat we de komende jaren nog veel archeologisch nieuws zullen vernemen uit Iran.

Wie zijn wij? ONDERWIJS REIZEN Contact ©Livius.Org; 2005/7